65 Jaar Bevrijding

Lettergrootte:    
Een sigaretje op de schoorsteenmantel
05-1945, Rotterdam
In de dagen van de bevrijding bestond ons gezin uit zeven personen. Ik was zeventien en tevens de oudste.

Of het de dag van de bevrijding was of de dag erna, weet ik niet meer. Mijn zus van veertien en ik gingen met mijn vader naar het centrum van Rotterdam. Wij woonden in het westen. Het was een klein uur lopen, een slijtageslag was, omdat wij zo ondervoed waren. Maar we waren zo blij, dat we daar niet aan dachten.

Stel je voor: geen oorlog meer dus,

Nooit meer luchtalarm, nooit meer vlug op de trap gaan zitten en maar hopen dat alles overvloog en niets liet vallen.
Nooit meer het angstaanjagende geluid van de V.I.
Nooit meer met een schep, emmer en zeef asfalt loswrikken en uitzeven op kooltjes om in het noodkacheltje te kunnen branden.
Nooit meer stukjes traploper van cocos uitpluizen om met bovengenoemde ‘kooltjes’ te mengen, met als doel een langere brandtijd te verkrijgen.
Nooit meer tweemaal in de week ’s morgens m zes uur in de rij staan bij de ‘schop’fabriek waar om negen uur het ‘worstwater’ (in de fabriek werd namelijk voor de Duitse Wehrmacht worst gekookt en dat worstwater werd voor f. 1,00 per liter verkocht) proberen te bemachtigen.

Misschien konden we ook gauw weer naar school, en kwamen onze buurkinderen weer thuis. Waar zouden die geweest zijn? En wat zouden ze veel te vertellen hebben. Ze waren toen met rugzak en ster vertrokken, maar ....? We hebben ze nooit teruggezien, maar dat wisten we toen nog niet.

In het centrum van Rotterdam aangekomen was het druk, er hing een onduidelijke sfeer, die ik niet kan omschrijven, maar die aanvoelde als een mengeling van verwachting, blijdschap, maar nog een onzekere angst en waarvoor?

En toen gebeurde het:
Voor ons liepen een paar soldaten te roken en een van hen gooide achteloos een halve sigaret weg. In twee tellen was ik erbij, zette mijn voet erop, raapte het op en stak het in mijn zak.

Mij vader was een roker. Hij had in de oorlogsjaren veel moeite gedaan om in plantenbakken iets van tabak te planten. Hij kon niet buiten roken en als hij iets vond waarvan hij dacht dat het rookbaar was, probeerde hij dat uit. Ik dacht dat hij van die ‘peuk’ zeker een dun sigaretje kon maken.

Even later werd ik op mijn schouder getikt. Ik verstijfde van schrik en had de peuk in mijn hand om het af te geven, maar toen ik me omdraaide, bood een andere soldaat mij een sigaret aan. In mijn schoolengels bedankte ik en ik zei dat ik niet rookte, waarop hij vroeg waarom ik dat stuk dan had opgeraapt. Ik vertelde hem van mijn vader en dat hij misschien hiervan een dun sigaretje kon maken na zoveel jaar.

Toen pakte hij uit zijn zak een pakje Lucky Strike en een reep chocolade en gaf het me met de woorden ‘for you and your lucky father’. Dit gebeurde zo vlug en ik was zo verbouwereerd dat ik hem ‘thank you very much’ kon roepen, maar of hij dat gehoord heeft?

Thuisgekomen haalde ik de geschenken uit m’n zak en vertelde hoe ik eraan was gekomen. ’t Was feest! De reep werd bij surrogaat-thee verdeeld. Mijn vader stak een sigaret op en huilde, wat ik hem nog nooit had zien doen!

De peuk heeft nog lang in de repenwikkel op een hoekje van de schoorsteen gelegen als een soort aandenken.

Aan dit voorval moet ik altijd bij het woord ‘bevrijding’ denken.

 
Tijdlijn
  • 1943
  • 1944
  • 1945
  • 1946
  • 1947
  • 1930 - 1939
  • 1940 - 1949
  • 1950 - 1959
  • 1990 - 1999
  •