65 Jaar Bevrijding

Lettergrootte:    
Een onverwachte bezoeker
13-09-1944, Epen
Plotseling stond een Duitse soldaat in de keuken, met takken op zijn helm en een geweer onder de arm. Ik kan me niet herinneren dat we schrokken. Afwachtend keek hij ons aan. Het was 13 september 1944, een onrustige dag in de oorlog.

Bij ons, een boerengezin, werd altijd om 12 uur warm gegeten. Het Angelus had die dag niet geklonken want de Duitsers hadden onze kerkklokken weggehaald.

‘Ich will was zu essen haben.’ Hij zei het bijna dwingend. Was hij zomaar ons huis binnen gestapt? Waarom bij ons? Moeder keek vragend naar mijn vader.

‘Mathieu, wat moet ik doen?’
Vader zweeg en keek strak op zijn bord. Het was een akelig moment. 
‘Geef hem maar een bord, maar niet hier in de keuken. Dat hij maar op de trap gaat zitten.’ Zijn stem klonk kwaad en hij keek niet op of om.

Dat hij zo alleen op de trap moest eten, met zijn elleboog op zijn knie en starend naar de vloer, alsof mijn vader hem wilde straffen, vond ik erg zielig. Toen hij zijn bord leeg had zette hij het op de trap en ging naar buiten zonder moeder te bedanken en voegde hij zich in de rij vluchtenden.                                                           
                                                       
                                                  
Het kan niet later dan drie in de namiddag zijn geweest toen het gerucht zich snel verspreidde dat de Amerikanen in aantocht waren. Mijn broers Charlie en Marcel gingen met hun vrienden meteen de straat op. Buiten werd het rumoeriger. 'Ze komen,' werd er geroepen. Ik liep ook naar buiten. Daar kwamen ze. Eerst een jeep. Voorop zat een man die maanden als onderduiker in Hotel Peerboom had gewoond.

Tientallen mensen klapten en juichten de soldaten toe. Ik keek vol verwondering naar de vreemde mensen die ik zag. In het cafe van Terziet hadden enkele mensen zich verzameld in afwachting van de bevrijders. Het waren maar twee of drie jeeps die uit het bos te voorschijn kwamen.

Burgemeester Merkelbach, die eerder op de hoogte moet zijn geweest van de op handen zijnde bevrijding, had in de voorafgaande dagen thuis al geoefend op een Engels welkomswoord voor de bevrijders. Aan het begin van de oorlog was hij, zoals zoveel van zijn collega's afgetreden. Maar achter het raam bij de voordeur had hij een bord gezet met de tekst ‘Advocaat-procureur’, zodat hij onder die dekmantel contact kon houden met allerlei mensen.

Een dag later toog de harmonie, met een horde dorpsbewoners naar het woonhuis van het burgemeestersgezin. Ze brachten hem een serenade en speelden het Limburgse en het Nederlandse volkslied. Zelfs als zesjarig kind kon ik de opluchting en de blijdschap om mij heen voelen. Daar stond hij weer, in vol ornaat, met de zilveren ketting om zijn schouders: onze burgemeester.

De bevrijders waren er en ze zouden zes weken blijven. Het was een tijd van rijkdom, want de Amerikanen brachten chocolade en kauwgum mee. Wie niet blij was dat was de juffrouw van de kapelaan. Ze stond bedroefd bij de voordeur.

De jonge kapelaan was op 21 juli 1944 door de Duitsers opgepakt. Hij zou nooit meer thuiskomen want hij stierf op 19 mei 1945 in een Duits krijgsgevangenkamp, 27 jaar jong. Toen dat bekend werd was het hele dorp in rouw gedompeld.

 
Tijdlijn
  • 1940
  • 1943
  • 1944
  • 1945
  • 1946
  • 1930 - 1939
  • 1940 - 1949
  • 1950 - 1959
  • 1990 - 1999
  •