Ik denk aan de Schotse Pipers, die elke avond om zes uur een doedelzakconcert gaven op het Marktplein. De gehele bevolking stroomde toe. Maar veer herinneringen zijn in de loop der jaren vervaagd.
Echter een gebeurtenis staat mij nog helder voor ogen. Heeft een onuitwisbare indruk gemaakt op mij destijds.
Het zal een paar dagen na de capitulatie zijn geweest, dat er vanuit de richting Afsluitdijk een grote stroom Duitse militairen op gang kwam op weg naar het oosten, op weg naar hun eigen land.
Ons stadje lag op hun route en de bevolking stroomde massaal toe. Wij stonden allemaal langs de straten en keken naar de wanordelijke groepen soldaten die voorbij sjokten. Een enkeling zat op een oude fiets en op een boerenkar getrokken door een paard, lagen of zaten enkele soldaten.
We keken stilzwijgend naar hen, naar hun grauwe doodvermoeide gezichten, bang met gebogen hoofden. Armoedig gekleed in hun vuile uniformen.
Niemand sprak een woord. Er werd niet geschreeuwd, niet gescholden of gejoeld. Er werden geen gebalde vuisten geheven. Het was beklemmend stil.
Deze doodse stilte heeft destijds een enorme indruk op mij gemaakt. En nu ik oud ben, denk ik juist in deze tijd nog vaak aan de waardige houding van de bevolking van toen.























































































