65 Jaar Bevrijding

Lettergrootte:    
Een Nederlands onderduikersparadijs
17-11-1944, Boekel
Begin juni 1944 kreeg ik van de Arbeidsdienst een oproep om mij te melden voor indiensttreding. Ik dook onder in Kamp Schoterbrug, vijf á tien kilometer ten zuidwesten van Lemmer.

17 november 1944 ’s morgens om zeven uur haalde ik in de kantine mijn ontbijt (zetmeelpap of in water gekookte erwten). Er werd niet gewaarschuwd voor Duitse activiteiten. Het was regenachtig en we gingen weer houthakken. 

Opeens zagen we hazen het kanaal overzwemmen. We gingen naar buiten en daar kwamen Duitsers met het geweer in de aanslag op ons af. We werden gefouilleerd en naar de kampkantine gebracht. We  moesten een deken, toiletspullen en etensbak halen.

Toen begon een lange tocht die maanden zou duren: we liepen van Kuinre naar Blokzijl, via Kamp Luttelgeest naar een school in Vollenhove - onderweg gescreend op aanwezigheid van verzetsmensen door SS’ers. We beleefden vele angstige momenten, want altijd was er het gevaar dat eigen mensen werden doodgeschoten.

We liepen naar Meppel en vanaf daar werden we met de trein naar Haren aan de Eems (Duitsland) gebracht. We werden ingekwartierd in een gymzaal, stro op de vloer, een enkel toilet en kraan, buiten een latrine, een greppel in de grond met een lange balk ernaast om op te zitten. Overdag moesten we loopgraven aanleggen, 's avonds in het donker weer naar ‘huis’.

De volgende plek waar we heen moesten was Oldenburg. We werden gedwongen ingelijfd in het Duitse leger. In zes weken werden we gedrild en tot luchtafweer kanonnier opgeleid om dienst te doen op de geschutsstelling op treinen.

Na zes weken gingen we met een groep van krap twintig man, uiteraard onder begeleiding, met een normale personentrein naar Kreiensen in de Harz waar we ingezet zouden worden op de trein.  

We zijn gaan vluchten richting Nederland, aan de hand van een kaart uit een schoolatlas die we hadden gevonden. In het begin liepen we alleen 's nachts. Toen we wat verder van Kreiensen af waren, ook overdag.

Bij rivierovergangen werden we meestal opgepakt en naar het politiebureau gebracht. Ons verhaal was steeds dat we bij het grote bombardement van Dresden alles waren kwijt geraakt.

We sliepen in hooibergen, in schuurtjes op het land en soms in een hol in de heuvels. Voor de eerste dagen hadden we wat eten gespaard, daarna rauwe op het land achtergebleven aardappelen en af en toe in de cel kregen we ook wat.

Uiteindelijk kwamen we in Ibbenbueren via het politiebureau bij een boer als landarbeider terecht. Daar hebben we de bevrijding begin april afgewacht. Via kampen voor ‘displaced persons’ in onder andere Rheine, Kevelaar en Philips Eindhoven kwamen we terecht bij een boer in Boekel.

In Boekel hebben we de capitulatie van 4 en 5 mei gevierd. Kort daarop kreeg ik hoge koorts. De huisarts in Boekel had het zo druk, dat hij geen tijd had om naar zieke repatrianten te kijken.

Op 17 mei kon ik met een transport terug naar Kampen, ziek en wel op een open vrachtwagen. Het was gelukkig mooi weer. In Zwolle ben ik aan de Veerallee uitgestapt en toen lopend op weg gegaan naar Kampen.

Onderweg lag ik een poosje te slapen langs de kant van de weg. Opeens hoor ik: ‘Dik, wat doe jij hier?’ Het was een neef van mij, per fiets op weg naar Kampen. Hij heeft mij thuisgebracht. Daar ik wartaal sprak hebben ze mij in bed gestopt en 's avonds  een dokter erbij gehaald. Het bleek acute tuberculeuze pleuritis te zijn. Na een maand werd ik gelukkig genezen verklaard.

 

 
Tijdlijn
  • 1940
  • 1943
  • 1944
  • 1945
  • 1946
  • 1930 - 1939
  • 1940 - 1949
  • 1950 - 1959
  • 1990 - 1999
  •