65 Jaar Bevrijding

Lettergrootte:    
Een dubbeltje op z'n kant
17-04-1944, Joure
De oorlog ging grotendeels aan Joure voorbij. Pas tegen de bevrijding werd het in mijn ogen spannend in het Friese dorp. Als veertienjarige jongen zag ik dagelijks Duitse soldaten langs ons huis voorbijtrekken, op de vlucht voor de naderende Canadese en Schotse troepen.

Het waren kleine groepjes Duitsers die op oude fietsen, lopend of met paardenwagen huiswaarts trokken. Een onregelmatig zooitje. Eenmaal kwam een groepje langs met een dode stier op de kar. Voedsel voor onderweg. Ook zag ik een Duitse SS’er met zijn fiets op het dorpsplein staan met op zijn borst een machinepistool. Dreigend keek hij om zich heen, turend naar de lucht. Mijn vader maakte ’s avonds een potloodschets van hem, met het onderschrift quo vadis? waarheen?

Sinds december 1944 woonde ik met mijn vader, moeder en zusje als evacué in het huis van mijn grootouders. We hadden het oorlogsgebied rond Bennekom moeten verlaten en liepen in twee weken naar Friesland. Bovendien wilde mijn vader tewerkstelling voor de organisatie Todt voorkomen. Uiteindelijk werd hij hoofd van de evacuatiedienst van de gemeente Haskerland en voorzag honderden vluchtelingen van huisvesting en voedsel.

Zelf werkte ik voor een rijksdaalder in de week bij de dorpssmid. Ik repareerde fietsen en landbouwwerktuigen en maakte noodkachels van melkbussen. Thuis maakte ik allerlei soorten broches, ook op verzoek van buurtbewoners. Twintig heb ik er wel gemaakt. Zo verhitte ik zilveren dubbeltjes op de kachel en drukte die dan in een stukje vliegtuigglas, dat ik van te voren in een druppelvorm had gefiguurzaagd. Of ik zaagde het hoofd van koningin Wilhelmina uit zilveren dubbeltjes, die waren immers vervangen door zinken muntgeld, en maakte er speldjes van.

Pas enkele dagen voor de bevrijding durfde ik eindelijk zo’n speldje in mijn linkerrevers te steken en liep er trots mee door de straat. Totdat ik recht in de armen liep van een Hollandse SS‘er. Hij was weliswaar ongewapend maar droeg wel een uniform. Het was verboden een beeltenis van de koningin te dragen en met een ferme ruk scheurde hij het revers met speldje en al van mijn colbert af. Ik schrok me rot. Gelukkig kreeg ik geen pak slaag. Voordat hij zich zou bedenken, holde ik naar huis. Lijkbleek en overstuur deed ik mijn verhaal aan mijn moeder en grootmoeder. Een dubbeltje op zijn kant.

Een paar dagen later zat ik te hobbyen op zolder, als ik een brul van beneden hoor: ‘Ze komen er aan!’ Het was 17 april 1945. We waren weer vrij.

 
Tijdlijn
  • 1940
  • 1943
  • 1944
  • 1945
  • 1946
  • 1930 - 1939
  • 1940 - 1949
  • 1950 - 1959
  • 1990 - 1999
  •