65 Jaar Bevrijding

Lettergrootte:    
Een afscheidsmaaltijd
1945
We zaten voor de laatste keer met z'n zevenen om de langwerpige tafel in de woonkeuken. De tafel die Piet, timmerman van beroep, in de laatste maanden van de oorlog nog voor ons had gemaakt. Het was een prachtige lente dag, rond het middaguur. De geblokte gordijntjes konden gewoon open blijven, we hoefden niemand meer te verbergen.

De tafel was feestelijk gedekt. Het boerenbontservies dat Hannah bij de evacuatie een paar weken voor de bevrijding nog uit ons huis had weten te redden, stond op een mooi schoon tafellaken. Het tafelzilver van 'tante' Ilonka en 'oom' Armin was niet langer verborgen onder de planken van de overloop en stond naast de borden. Dat was altijd een sterk punt van Iekie geweest: had je niets te eten, je kon in ieder geval de tafel mooi dekken.

Deze laatste maaltijd was meer dan een gewone broodmaaltijd. Het was ook een wedstrijd in wie de meeste boterhammen kon eten. Had Piet dat verzonnen? Piet was in 1944 bij ons ondergedoken gebleven tot aan het eind van de oorlog. Hij was ergens in de twintig, actief lid van een knokploeg uit het al bevrijde Brabant en een ernstige man, die als een vader voor ons is geweest. Ik kan me Piet niet herinneren als iemand die meer voedsel opeiste, dan hem toekwam. Ja, hij zou het bedacht kunnen hebben. Na jaren de broekriem aangetrokken te moeten houden eindelijk eens eten tot je niet meer kon.

Maar mijn moeder was zeker ook in voor iets buitensporigs. Na alle geleden spanningen van de voorbije oorlog moesten we het vieren. We hadden het tenslotte allemaal overleefd! Allemaal, dat waren naast Piet en ik mijn broer Bud en Hannah, sinds 1942 ons (joodse) pleegzusje. Ze zat nu als een vijftienjarige heelhuids bij ons aan tafel. Daarnaast 'tante' Ilonka en 'oom' Armin, die mijn moeder een maand of wat later in dat zelfde jaar ook in onderduik had genomen. 

De laatste maaltijd dus, en zoveel boterhammen eten als je maar op kon! Van de maaltijd zelf, hoe lang we aan tafel zaten bijvoorbeeld, kan ik me niet veel meer herinneren. Wel het overvloedige Zweedse wittebrood. Als beleg was er appelmoes die mijn moeder zelf had ingemaakt en blijkbaar zuinig bewaard. En zelfgemaakte bietenstroop en het nog overgehouden geweckte paardenvlees, van een door kornuiten van Piet op de Duitsers buitgemaakt paard. Dat vlees was onder vele onderduikgezinnen verdeeld; Hannah had het onder het oog van een piepjonge Duitse onderofficier uit de kelder had gesmokkeld – terwijl zij een deel van het boerenbontservies in veiligheid bracht.

Jaren na de maaltijd wisten Bud en ik de aantallen boterhammen nog op te sommen: Piet had gewonnen met een flinke voorsprong van 30 boterhammen, daar hadden we veel bewondering voor! Hannah at er 20, mijn moeder 18, Bud en ik 16 en 14.  Tante Ilonka en oom Armin sloten de rij met 9 en 10 boterhammen. Toen we echt helemaal niet meer konden, gingen mijn broertje en ik naar buiten en lagen kreunend op het grasveld voor het huis. ‘Gevaarlijk, we hadden er wel aan dood kunnen gaan!’ zei mijn moeder later.

 
Tijdlijn
  • 1943
  • 1944
  • 1945
  • 1946
  • 1947
  • 1930 - 1939
  • 1940 - 1949
  • 1950 - 1959
  • 1990 - 1999
  •