65 Jaar Bevrijding

Lettergrootte:    
Duitse soldaten bij de Hembrug vlak voor de bevrijding
05-05-1945, Omgeving Hembrug
Wij woonden in een prachtig groot huis in de Westzijde boven de Twentse Bank. ‘Wij’, dat waren het gezin Prast bestaande uit vader, moeder en zes kinderen: Arnold, Herman, Bert, Rudolf, Gustaaf en Agaath.

We woonden op de eerste en tweede verdieping. Op de tweede verdieping woonde ook het joodse onderduikgezin Snoek – vader, moeder en twee kinderen. Daarnaast was er een gezin van drie evacués in ons huis geplaatst, op last van de Duitsers. Wij verdachten hen ervan NSB’ers te zijn.

In de eerste meidagen leek het er soms op dat wij al bevrijd waren. Er waren zoveel geruchten. Op een van die dagen zijn wij met zijn vieren, Herman en Bert op de fietsen met de houten banden en Rudolf en ik achterop, naar Amsterdam gegaan.

Bij de Hembrug stonden Duitse soldaten. We moesten afstappen. We schrokken, want de verhalen waren bekend. Talloze mensen die in de polders ten noorden van Amsterdam op hongertocht waren geweest, moesten hen passeren. Na een barre tocht kwamen zij terug op hun fietsen, beladen met voedsel. De soldaten riepen dan dat zij alles moesten inleveren. Als zij huilend het voedsel, waarvoor zij eindeloze kilometers hadden gereden en gebedeld bij de boeren, hadden ingeleverd, gooiden de Duitsers het voor hun ogen in het water.

Toen wij eraan kwamen, hadden de soldaten niets te doen. Wij moesten over de pontonbrug in het Noordzeekanaal lopen. Toen ik het plankier naar beneden afliep, liep een soldaat met zijn zware laarzen achter mij aan. Hij gaf mij een duw in de rug, ik ging door de grond van de schrik. Toen ik omkeek, keek hij me grijnzend aan. Verschrikkelijk was dat, zo’n grijns. Die had ik eerder gezien.

Toen de familie Snoek verstopt zat achter de muur van de slaapkamer waar Rudolf en ik sliepen en een Duitse soldaat onze kamer binnenkwam. Op de tafel voor de muur van onze slaapkamer hadden wij een foto van Prins Bernhard geplaatst en een inktpot, om te verhinderen dat de Duitsers tegen de tafel zouden aanstoten en zo zouden ontdekken dat er een luik aan vast zat. De soldaat zag de foto van de prins en zei:’Ha, unser Freund’, en hij grijnsde. Vol dreiging en moordlust.

Na ongeveer een uur fietsen kwamen wij in Amsterdam aan. Nooit zal ik de treurige aanblik die Amsterdam toen op mij maakte, vergeten. Er stond geen boom meer in de stad en alle trambanen waren opengebroken om brandbaar materiaal onder de tramrails – houten blokjes – vandaan te halen. De mensen liepen gebogen, waren vaak helemaal zwart. Zij leken op de aardappeleters op de schilderijen van Vincent van Gogh, die ik later in het museum zag.

De uiteindelijke bevrijding vond plaats op 5 mei. We hoorden een geluid in de straat. De Duitsers hadden zich overgegeven. Iedereen rende naar buiten, de familie Snoek voorop; sinds er beneden evacués woonden, hadden zij nooit meer een stap in de tuin kunnen zetten. Geschreeuw, geroep en juichkreten galmden over straat.

Wij gingen naar beneden en klopten bij de evacués aan. ‘We zijn vrij, de Duitsers hebben zich overgegeven!’ riepen wij. ‘Oh’, zeiden ze en deden de deur weer dicht. Toen wisten wij zeker dat het NSB’ers waren.

Dansmuziek schalde over het plein. Iedereen begon te dansen. Er waren oranje slingers en een kraampje met witte broden. Mensen omarmden elkaar. Het was het grootste feest dat ik ooit heb meegemaakt.

 
Tijdlijn
  • 1943
  • 1944
  • 1945
  • 1946
  • 1947
  • 1930 - 1939
  • 1940 - 1949
  • 1950 - 1959
  • 1990 - 1999
  •