Haar verhalen over de oorlog zijn spaarzaam. Ze sprak er niet graag over. Ik heb nu haar boeken in de kast staan, over de Slag om Arnhem, over de bevrijding van Groningen. Ze staan vol verhalen en vol beelden, maar háár verhalen en beelden zal ik er niet door kennen. Wat zij als twaalfjarig meisje heeft doorgemaakt, laat zich niet in die boeken lezen.
Het zijn dan ook niet de verhalen over de oorlog die de meeste indruk maken. Het was haar hekel aan de harde knallen van het vuurwerk rond Oud en Nieuw. Of het aanleggen van voorraden, een gewoonte die ze uit de oorlog moet hebben overgehouden. Ze had altijd voor maanden kaarsen en toiletpapier in huis. Dat is de oorlog; haar oorlogservaringen die nooit zijn weggegaan. Sterker nog was het de luxe van schone, frisse lakens; elke keer als ze haar bed had opgemaakt kwam de sensatie terug die ze toen met de bevrijding voor het eerst in jaren weer moet hebben ervaren. Dat was haar gevoel van de bevrijding en dat ging nooit meer weg.























































































