Zeker tijdens de Hongerwinter was er gebrek aan eten. Met vergunning van de bezetter werd een tocht met vrachtwagens georganiseerd naar Friesland, om daar eten te halen. Mijn moeder, broer gingen in februari mee op zo’n tocht. Het was al licht toen we in Friesland aankwamen. Eerst werd ergens gestopt om te eten. Ik at wel 20 boterhammen met kaas, en dronk daarbij even zoveel glazen melk. Dat zonder ziek te worden.
Uiteindelijk werd ik gedropt werd bij de familie Noordhof(f) in Twijzel. Zij hadden een manufacturenwinkel. Daar werd ik heel goed opgevangen, en ging naar de openbare lagere school in het dorp. Fries was de omgangstaal. Ik leerde in korte tijd de taal en speelde veel buiten met buurtjongens en vriendjes uit de klas. Het was voor mij een fijne tijd!
Twijzel had een lintbebouwing, achter de huizen waren de weilanden, waar we vanuit de achtertuin in konden om te spelen. Een paar dagen voor de bevrijding waren we met een groep van ca. tien jongens in het weiland toen een spitfire aan kwam vliegen. We zagen regelmatig spitfires, die schoten op alles wat bewoog op de Groningsestraatweg. Langs die weg waren overal schuttersputjes, waar je in kon zitten bij een beschieting.
Nu waren wij het doel. De weilanden waren gescheiden door een wal met bomen en struiken er op. Wat we deden was over die wal heen springen, en aan de achterkant gaan liggen. De spitfires konden schieten wat ze wilden, raken konden ze niet. Toe ze van de andere kant weer terug kwamen sprongen wij wee over die wal heen. Toen gingen ze weg.
Op 15 april hoorden we in de verte het geluid van mitrailleurs. Iedereen ging naar binnen om af te wachten wat er gebeurde. Plotseling kwamen er schietende gevechtswagens, zogeheten ‘brencarriers’, voorbij. Wij werden dus schietend bevrijd. Duitse soldaten, die vaak in de schutterputjes zaten, werden gevangen genomen of doodgeschoten.
Een paar uur later, toen alles weer rustig was, kwamen opgeschoten jongens voorbij met lijken van Duitse soldaten in aan handwagen, en hun geweren op de rug. De Duitse soldaten die achter de huizen door de weilanden probeerden te ontsnappen zijn later gevangengenomen.
Meteen na de bevrijding gingen we met man en macht oranje buttons maken om aan de bevolking te verkopen.
Een paar dagen na de bevrijding maakte ik één van de meest frustrerende gebeurtenissen uit mijn leven mee. De lagere school was gevorderd door de BS (Binnenlandse Strijdkrachten). Ik liep langs het schoolplein en daar werden NSB’ers opgejaagd door BS’ers die over het plein verspreid stonden, ieder met een dolk in de hand. De NSB’ers werden met dolkstoten over het plein gejaagd. Ik wist toen ook hoe verderfelijk de NSB’ers waren als landverraders. Maar ik vond – en vind – dat deze manier van wraak nemen een mens onwaardig is. Bovendien kreeg ik de indruk dat veel van die BS’ers pas na de bevrijding zich daarbij hadden gevoegd. De capitulatie op 5 mei werd bij ons als kennisgeving aangenomen, en niet bijzonder gevierd.
Een paar weken later kwamen er transporten om kinderen uit Holland weer terug te brengen. Ik werd op een vrachtauto gezet die mij afzette in Oegstgeest, op wat de voorloper van de A44 is, vanwaar ik de weg naar huis wist te vinden. Daar heb ik één van de eerste dagen nog een dropping van Zweeds wittebrood en andere eetbare zaken meegemaakt, die door een kennelijk verdwaalde piloot in het Leidsehout vlak bij ons huis plaatsvond.























































































