De stad was vol met Duitsers, verdreven uit Zeeuws-Vlaanderen en Zuid-Beveland. Er was gebrek aan alles. Middelburg was al hevig beschoten en telde vele doden en gewonden. Van de ondergrondse had mijn vader begrepen dat de Duitse generaal Daser, de stad ‘tot de laatste man’ zou verdedigen, tenzij de Engelsen gebruik zouden maken van tanks, waartegen de Duitsers geen afweer hadden.
Mijn vader besloot dit per kano aan de Engelsen te vertellen. Die waren inmiddels op Zuid-Walcheren geland. Heimelijk voer hij op 3 november tegen de avond richting Zoutelande. Hij moest oppassen voor obstakels, zoals mijnen. Onderweg werd hem vanuit een boerderij gevraagd om uit Zoutelande een door de bakker van hun meel gebakken brood mee te nemen.
Mijn vader bereikte de volgende ochtend de Engelsen bij Valkenisse en deed zijn verhaal. De Engelsen meenden geen tanks te hebben maar ‘Buffaloes’ [een amfibisch gepantserd voertuig]: ‘they look like tanks’. Mijn vader zei: ‘still you could do an attack as a surprise’. Met een veldtelefoon werd contact opgenomen met een hogere autoriteit en dat was het dan. Min of meer onverrichter zake ging mijn vader, via de bakker in Zoutelande, terug.
Kort daarna maakte mijn vader een tweede kanotocht met de chef van de ondergrondse, Maljers. De ondergrondse kende het verdedigingsplan van de Duitsers. Maljers speelde een boer die medische hulp had ingeroepen voor zijn vrouw. Op het meest bewaakte punt van de stad verlieten zij per kano Middelburg. Zij bereikten de Engelsen in Serooskerke, waar Maljers achterbleef.
Op de terugweg werd mijn vader driemaal aangehouden en werd er zelfs een keer een mitrailleur op hem gericht. Het liep goed af. Bij het naderen van Middelburg hoorde hij granaten ontploffen boven de stad. De Duitsers zag hij van alles weggooien: munitie, wapens, papieren. In zijn straat stond een geallieerde soldaat: Middelburg was bevrijd . Meteen plaatste hij met vrienden de Nederlandse vlag op het gehavende stadhuis.
Hoe alles precies was gegaan vernam mijn vader pas begin jaren vijftig van de Engelse generaal-majoor E. Hakewill Smith, destijds commandant van de 52e Britse divisie. Hij vertelde over een onrustige nacht die hij had gehad, nadat een ‘lone canoeist’ het idee had geopperd van een verrassingsaanval met ‘buffaloes’.
Met behulp van afleidend spervuur op het oosten van Middelburg heeft hij acht van zijn amfibievoertuigen met elk één mitrailleur en in totaal 125 man Middelburg binnen laten varen. De Duitsers lieten direct de wapens vallen en generaal Daser gaf zich over aan een Britse majoor die voor de gelegenheid voorzien werd van de nodige sterren. Zo werd Middelburg bevrijd zonder verder één schot. Mijn vader werd in 1967 ereburger van Middelburg.























































































