65 Jaar Bevrijding

Lettergrootte:    
De driekleur wappert in Zoetermeer, maar tegen welke prijs?
05-05-1945, Zoetermeer
’s Morgens om acht uur wappert in Zoetermeer onze driekleur van de kerktorens en is het hele dorp een vlaggenzee. Bezet Nederland is vrij, want we hadden gisteravond om negen uur via de Engelse radio gehoord dat de Duitsers hun wapens zouden neerleggen.

Ik ben al om vijf uur op in afwachting van het bevel ‘Verzamelen’. Ik ben soldaat bij de Binnenlandse Strijdkrachten. Soldaat, zoals wij allen, ondergronds drie maanden getraind, zonder ooit geschoten te hebben.

Pas om half elf verschijnt onze sectiecommandant: het is zover! Dolenthousiast trek ik m’n blauwe overall met oranje sjaal aan. Bij de openbare school zie ik, behalve de jongens van mijn eigen sectie, tientallen andere jongens naar binnen gaan. Sommigen ken ik wel, ben verbaasd dat zij er ook bij horen. Wat is het goed geheim gehouden. Wij krijgen met onze groep een lokaal aangewezen. Vrolijk kletsend gaan we stapelbedden opstellen en strozakken vullen.

Om half een komt er eten. Daarna krijgen wij onze uitrusting, kwartiermutsen, verband en wapens. Voor onze groep van elf man totaal een stengun en drie handgranaten. Meer is er niet volgens onze commandant.

Kort daarna krijgen twee jongens tot mijn verbazing de opdracht om de net ontvangen wapens ergens te verbergen. Terwijl de jongens met de wapens verdwijnen, zie ik  tot nog grotere verbazing een andere groep de trap afkomen, ieder gewapend met een stengun. Ze verdwijnen achterin de school.

Nog geen drie minuten later komt er van de hoogste commandant het bevel: ‘Jongens ga allemaal je eigen weg’. Ik hol anderen achterna de gang in, zie door de openstaande voordeur een troep Duitse soldaten het schoolplein opstormen. Allemachtig, ze schieten. Met wel vijftien anderen vlucht ik een zijgang in. Helaas is de buitendeur, waar de gang op uitkomt sinds jaren dichtgespijkerd. Naast mij staat een jongen met een stengun in zijn hand. ‘Wat zal ik doen?!’ schreeuwt hij. ‘Als de donder weg met dat ding’, zegt een ander, slaat een ruit in en gooit het wapen naar buiten. Dan zijn de Duitsers al bij ons, schreeuwend en schietend. Oorverdovend klinkt het, om gek van te worden. Ik ga dood, dit is het einde, denk ik. Automatisch gaan mijn armen omhoog, doodsbang ben ik.

Met de geweren in de aanslag worden we in een lokaal gedreven. Op de schuilkelder achter de school staan wel acht Duitse soldaten te schieten op vluchtende jongens. Zij trachten beschutting te zoeken in sloten en slootkanten. Af en toe rijst er een op met de handen omhoog, zodra het schieten ophoudt. Drijfnat komen ze terug. Dan zien we twee jongens met een gewonde tussen hen in. Zij vragen de Duitsers of de gewonde met een schuit overgezet mag worden. Nee, hij is heen gezwommen, hij zwemt ook maar terug.

Als iedereen terug is, wordt er appel gehouden. Er is vierenveertig man aanwezig. Dan horen we het bericht dat Jan Hoorn en Kees van Eerden dood in het weiland liggen. Een Duitse commandant buldert tegen onze commandant:’ Sie haben zwei Toten auf Ihr Gewissen!’

We worden met z’n allen in een lokaal opgesloten, de hele middag en nacht. We zijn bang.

Om half negen zijn de Duitsers vertrokken. We zijn vrij!! We krijgen opdracht ons op te stellen op het schoolplein. Een minuut staan we stil en stram in de houding uit eerbied voor onze gevallen kameraden.

Thuis vind ik een dankbare moeder die vreselijk in angst gezeten heeft. Een buurman die niet wist dat ik ook bij de BS was, had haar verteld dat alle gevangen jongens naar Den Haag afgevoerd en gefusilleerd zouden worden.

Nederland, maar ook Zoetermeer is vrij. Maar tegen welk een prijs. Onze gesneuvelde kameraden liggen op een ereplaats, samen met een gesneuvelde Engelse piloot, voor de Nederlandse Hervormde Kerk aan de Dorpsstraat begraven.

 
Tijdlijn
  • 1943
  • 1944
  • 1945
  • 1946
  • 1947
  • 1930 - 1939
  • 1940 - 1949
  • 1950 - 1959
  • 1990 - 1999
  •