De sfeer was ontspannen en een paar van hen waren snelschieten met revolvers aan het oefenen. Ze mikten op een aardappel die ze op een kuil hadden gelegd. Als jongens keken wij onze ogen uit.
Op een gegeven moment kwam een oudere man op de fiets aanrijden en vertelde dat er Duitsers op zijn boerderij tussen Uden en Erp zaten. Ze hadden een van zijn koeien geslacht en hij was bang dat ze de boerderij in brand zouden steken. Hij vroeg ons of wij dat aan die Amerikanen wilden vertellen en of zij daar iets aan konden doen.
Onze revolverhelden stopten met schieten, pakten een jeep met een mitrailleur erop, bonden de fiets van de boer achterop, zetten hem op de achterbank en gingen met z’n vieren mee om te kijken wat er aan de hand was.
Ze bleven wel erg lang weg en we waren bang dat ze in handen van de Duitsers waren gevallen. Tegen de avond kwamen zij echter stapvoets terugrijden en voor hun jeep uit liep een grote groep Duitse soldaten die zij op de boerderij gevangen hadden genomen.
Ze hadden geen bevel gekregen om erop af te gaan, het was hun eigen initiatief. Toen we vroegen waarom zij dat gedaan hadden zei een van hen: ‘We hadden niks anders te doen.’























































































