65 Jaar Bevrijding

Lettergrootte:    
De bevrijding van Haren
13-04-1945, Haren
Vanaf begin januari 1945 waren mijn zusje en ik in Haren bij Groningen ondergebracht bij een dierbaar gastgezin.

Wij kwamen uit het Gooi, ook daar heerste de angst dat het voedseltekort groter zou worden. Wij hadden het heel goed, veel jongens en meisjes in de buurt, weinig school. Onbezorgde oorlogsjeugd.

Op de heenweg naar Groningen was ons konvooi beschoten door Engelse vliegtuigen, we zagen de luchtgevechten en toestellen neerstorten, parachutes naar beneden komen. Ik wist waar onze gastvader zijn pistool verborgen hield en van Radio Oranje de schoenenkast. Wij wisten dat de Tommies in aantocht waren en dan konden wij weer naar huis.

Je had Duitsers en Tommies. Die laatsten zwaaiden wij wild toe als hun Spitfires, die naam kenden wij wel, laag overkwamen. Zij wuifden terug of lieten hun vliegtuig schommelen. Dutise soldaten hadden wij meegemaakt in allerlei soorten, helmen, petten, lange groene jassen, aardige en echte rotzakken waar sommige Duitse soldaten ook zelf bang voor waren. Weken lang waren zij bij ons ingekwartierd, dan leerde je ze een beetje kennen, de goeie en de kwaaie.

Rond 12 en 13 april bereikte een zeker spanning in de buurt en bij onze gasthouders een hoogtepunt. Per telefoon (!) as er contact met een tante uit Assen. ‘Echt waar, ze rijden hier voor mijn huis langs, ze komen eraan’. ‘Ze’ waren de Tommies.

Samen met de buurt gingen wij opgewonden naar de grote weg. Na een tijdje zagen wij wat komen. Een stoet met voorp een klein pantserwagentje op grote rubberwielen. Hoog boven uit het luik stekend zagen wij onze eerste Tommy. Hij had een zwarte hoge hoed op en een geblokte zogenaamde bakkersbroek aan. Stille verbazing ging over in uitbundig gejuich.

De man had een baard van een paar dagen. Met een grote grijs gaf hij mij als eerste een sigaret. Mijn zusje had een bosje narcissen, die stak zij – echt iets vrouwelijks – stuk voor stuk in de kogelgaten in de spatborden. We moesten even naar de kant. Een kanon knalde een paar keer vreselijk hard. Een groepje Duitsers met een witte vlag kwam tevoorschijn. De strijd om Groningen moest nog beginnen.

Wij kregen een sergeant met een man of tien bij ons ingekwartierd, een feest voor de kinderen. Het bleken Canadese stoottroepen. Ongeschoren en ongewassen ruwe types. Later werd verteld dat er tuchthuisboeven tussen zaten die hadden mogen kiezen... Er was een Indiaan bij met zijn haren samengebonden in een staartje, een lang lidteken op zijn wang. Hij zat achter ons doodsbange dienstmeisje aan. Mijn zusje mocht iets van hem uitzoeken uit een blikken doos, een doos vol trouwringen.

Het afscheid kwam toen zij werden ingezet voor Groningen. Naast elkaar op een rijtje kregen zij ’s morgens vroeg ieder een glas rum van de sergeant. Aan mij gaf hij zijn helm. Ik heb hem nog.

 
Tijdlijn
  • 1943
  • 1944
  • 1945
  • 1946
  • 1947
  • 1930 - 1939
  • 1940 - 1949
  • 1950 - 1959
  • 1990 - 1999
  •