Nadat de bevrijding begin mei 1945 was afgekondigd, zat het gezin Seret – van Hoek nog een aantal dagen in spanning, want hoewel Leiden nu bevrijd was, een teken van leven hadden zij sindsdien nog niet vernomen. Bericht hierover bereikte hen uiteindelijk pas een week later. Hieronder een aantal fragmenten uit de brieven die Milot in die onzekere dagen aan haar schoonouders schreef:
Vrijdagavond 4 mei:
Lieve, lieve allemaal,
God zij gedankt voor jullie bevrijding! Wat een bericht vanavond, en wat werd het tijd dat dit bericht kwam. Ik hoop toch zo dat dat de bevrijding voor geen van jullie te laat zal zijn gekomen. En mocht het wel zo zijn voor een van jullie, dan heel veel sterkte. Maar de onwetendheid knaagt al zo lange tijd aan me. (...) Het allerbelangrijkste is te weten hoe jullie gezondheid is. Wat hebben jullie door moeten maken. Wij kunne (sic) ons daar hier geen voorstelling van maken. Claes is een schat en een echte jonge, baby-af! Ik probeer hem oma te leren zeggen. Maar hij heeft de lieve voorbeelden niet voor zich en daarom lukt het nog niet erg. (...) Dik omhelsd allemaal en iedereen twee dikke zoenen van jullie Milot
5 mei:
Lieve, lieve mammie, pappie, vader, moeder en Knol,
(...) Wat is het koud en akelig om jullie op papier te moeten vertellen hoe onze gedachten naar jullie uitgaan en voortdurend zijn uitgegaan. Ik zou jullie zo zielsgraag willen omhelzen, als dat tenminste van allemaal nog kan. Probeer zo gauw mogelijk alle zenuwslopende onzekerheid van ons af te nemen. (...) Laat gauw wat horen!! Dag lieverds, ik hoop zo tot heel spoedig ziens. (...) Zoveel zoenen als mogelijk zijn van ons alledrie, Milot
8 mei
Lieve ouders allemaal en Knol,
Dit wordt de vierde brief die ik jullie schrijf en nog steeds zonder iets van jullie te weten. Dit is geen verwijt hoor, want ik schrijf de ene brief na de andere. Telkens als ik er weer een met iemand mee kan geven, schrijf ik weer een volgende. Eigenlijk vind ik het zo naar om te schrijven. Ik wou zo graag even bij jullie kunnen zijn. D’r is zoveel wat we elkaar te vertellen hebben. (…) Wist ik maar of jullie allemaal nog in leven zijn. ’t Is een kwellende vraag. (...) Schrijf gauw en zoveel mogelijk. Alles wat we voor jullie doen kunnen, schrijf het. (…) Jullie Milot
11 mei
Bericht, bericht, allemaal levend!!!!! O, o, wat een pak van ons hart. We voelen ons andere mensen. Zelfs oma Rolandus kwam levend tussen de bommen uit! Ongelooflijk!!! (...) Ik ben doodmoe na de nieuwe emoties van vandaag. Ik voel me een ander mens te weten dat jullie er zijn. Jammer dat we nog niet met ons drietjes moeders verjaardag mee kunnen vieren. Ik verheug me zo om weer zo’n dag mee te maken! Dag, veel liefs van Bram en Claes en mij. En van ons alledrie dikke zoenen. Omhelsd door jullie Milot.























































































