In de brieven is weinig terug te vinden van de bevrijding zelf of van een feeststemming rondom de bevrijding. Slechts twee brieven beschrijven gebeurtenissen uit die meidagen.
De ene brief is van ‘neef Dick’, een Joodse onderduikjongen die bij mijn opa en oma in huis zat. In een brief aan mijn vader beschrijft hij en passant het schietincident op de Dam.
De tweede brief is van mijn oma aan haar jongste zonen, die op dat moment nog niet teruggekeerd waren en nog in Delden zaten. In de brief beschrijft zij de wraakacties tegen ‘de moffenhoeren’ Het onmiskenbare leedvermaak doet, hoezeer wellicht ook begrijpelijk in die dagen, 60 jaar later pijnlijk aan.
Plus nog een terugblik op de oorlogsjaren van mijn vader op rijm; oorlog en bevrijding geweest, het gezin weer herenigd, verhalen vertellend over de achterliggende tijd.






























































































