In de Hongerwinter sterven veel mensen door kou, honger en uitputting. De opmars van de geallieerde legers vlot na verloop van tijd niet meer. De voorspoedige landing in Normandië zorgt voor optimistische geruchten. Op een bepaald moment wordt zelfs het bericht rondgestrooid, dat Duitsers zo goed als verslagen zijn en dat zorgt op 5 september 1944 voor Dolle Dinsdag. Iedereen meent dat de bevrijding aanstaande is. NSB’ers slaan op de vlucht, maar de bevrijding laat op zich wachten.
In die tijd is mijn vader directeur van de distributiedienst in Enkhuizen. Via het kantoor in de Breestraat worden de inwoners van Enkhuizen in het bezit gesteld van distributiebonnen die recht geven op een beperkte hoeveelheid voedingswaren. En soms een zakje cokes om het huis te verwarmen.
Enkele dagen voor Kerstmis 1944 begint een zeer strenge vorstperiode. De aanvoer van voedsel valt stil. Dit komt doordat de Duitsers de toegangsroutes naar de dichtbevolkte gebieden rondom Amsterdam en Haarlem blokkeren, maar ook omdat er geen trein meer kan rijden. Alle wissels zijn vastgevroren. Iedereen moet proberen deze hongerwinter door te komen zonder kolen, zonder eten en zonder hoop op een spoedige afloop van de oorlog.
De voedselrantsoenen worden verminderd en iedereen moet proberen in leven te blijven met een rantsoen van 150 gram brood per dag en een paar aardappelen in de week. Veel mensen leven van bloembollen en suikerbieten, waarop vooral in de Haarlemmermeer en Wieringermeer jacht wordt gemaakt. De hongertochten van de steden naar het platte land in de kop van Noord-Holland komen in volle gang.
Dagen lang lopen sterk vermagerde mensen met gammele fietsen door de sneeuw. Zij hebben ruilgoederen bij zich. Er wordt van alles geruild. Juwelen voor aardappelen, lakens en slopen voor een paar pond tarwe of bonen. Vaak is zo’n dagenlange tocht toch nog tevergeefs, omdat vlak bij het huis het bemachtigde voedsel door Duitse soldaten of hun handlangers in beslag wordt genomen. En het blijft maar vriezen!
Door de werkplek van mijn vader, maar vooral omdat de voedselsituatie in West-Friesland beter is dan in Haarlem, besluit ons gezin, bestaande uit vader, moeder, Jos, Annie, Antoine en Irene naar Enkhuizen te verhuizen.
Onze nieuwe huisvesting op Nieuwstraat 17 bestaat uit een alleraardigst huisje, waarin zich o.a. twee bedsteden bevinden. Een toilet ontbreekt. Achter in de tuin staat een hokje met een tonnetje. Naast de woning loopt een steeg, die toegang geeft tot de achtertuinen van Nieuwstraat 15 en 17 en tot de achtertuin van een monumentaal pand aan de Breestraat. In dit laatste pand woont een welgestelde Duitse tandarts, die totaal geen gebrek heeft aan kolen, voedingsmiddelen, en dergelijke.
Regelmatig verschijnt er voor de steeg een kleine vrachtauto met antracietkolen voor de kachel van de tandarts. Twee zwart geblakerde Nederlandse kolenboeren dragen de zakken met kolen op hun schouder naar het kolenhok in de tuin van de Duitser en kieperen het ‘zwarte goud’ in het hok. Om ons ook een kruimeltje van dit kostbare stookmiddel ‘te laten mee snoepen’ laten de twee Zwarte Pieten, elke keer wanneer zij langs onze poortdeur lopen een flinke hoeveelheid kolen uit hun zakken op de grond voor onze poortdeur vallen, die gretig door mijn broertje, zusje en mijzelf worden opgeraapt en naar ons huis worden gebracht.
Als het kolenhok van de tandarts weer geheel gevuld is, hebben ook wij onze voorraad - met dank aan de kolenboer - weer op peil gebracht!!























































































