65 Jaar Bevrijding

Lettergrootte:    
Bobbie
1944 tot 1945, Amsterdam / Groningen
Mijn vader was stuurman op de Hunze V. Vele tochten heb ik als kleuter meegevaren op een beurtvaarder tussen Groningen en Amsterdam. Altijd in gezelschap van Bobbie, het scheepshondje van een onbestemd ras, maar schrander en trouw.

De uren in de stuurhut zijn onvergetelijk, vader aan het stuurrad met een mok surrogaatkoffie, moeder genietend van het zacht spiegelend IJsselmeer en ik spelend met Bobbie. Soms  zette mijn moeder een houten kistje neer waarop ik ging staan en zo het stuurrad van mijn vader overnam. Het waren voor ons goede tijden in bezet Nederland tot in de herfst van 1944 deze idylle danig werd verstoord.
 
Op 6 Juni 1944 waren de geallieerde troepen op de kusten van Normandië geland en op 25 augustus Parijs al bevrijd. De bombardementen op de Duitse steden namen toe en Engelse jachtvliegtuigen voerden snelle aanvallen uit op treinen en schepen in konvooi. Onze bemanning werd uitgebreid met twee kanonniers in Feldgrau en een blaue Jungen van de Kriegsmarine. De Swastika vlag werd in de mast gehesen en op de voorplecht van de Hunze V werd een afweergeschut gelast. Bobbie kwam bij ons in huis.

Op de eerste reis van de Hunze V was de spanning te snijden maar al gauw werden de zaken nuchter opgelost. Van nu af aan waren de overtochten niet zonder gevaar.

Thuis speelde ik met  Bobbie, zijn mand stond achter de kachel en ik sliep in de bedstee. Het gerantsoeneerde voedsel deelden we. Na enkele reizen ging hij weer mee als scheepshond. De twee Duitse kanonniers waren blij met wat gezelschap en verwenden Bobbie met stukjes worst en ham en lieten hem soep slobberen. En hoe mijn vader na het afmeren ook pleitte, ‘Der hund bleibt bei uns’.

Dat mijn vader voor hun ogen al scheldend een paar NSB meisjes over de loopplank had gejaagd had respect afgedwongen. Maar een ondervoede hond opeisen, dat ging hen te ver. Toen de Marineman zich in de discussie mengde en de kant van de stuurman koos, was het schip te klein. Ook mijn moeder mengde zich in de strijd. Als dertigjarige schippersdochter liet zij zich de kaas niet van het brood eten.

Op hoge poten vroeg ze belet bij de Ortskommandant aan de Praediniussingel, waaraan de Hunze V was afgemeerd. Met behulp van een Nederlandse secretaresse hield ze haar verhaal over Bobbie en mij en het wangedrag van de Duitse jongens. Tot ieders verbazing knoopte der Kommandant zijn jasje dicht, deed zijn koppel om, schikte zijn pet en uniform en met zwart glimmende laarzen stiefelde hij met mijn moeder en mij in zijn kielzog de straat over naar de Hunze V.

De bemanning werd gedwee en mak als lammetjes. Bobbie hoorde mijn stem en sprong keffend tegen mij op. Dit gaf voor de Kommandant de doorslag en hij beval de soldaten de hond terug te geven. Ze mompelden nog iets over ‘Hunger und Fressen’, maar de Kommandant was onverbiddelijk. Met een ‘Heil Hitler’ en klakkende hakken vertrok hij naar zijn kantoor. In het voorbijgaan sprak hij mijn moeder nog toe: ‘Gnadige Frau ,sie sind ein tapfere Mutter.’

Toen we samen naar huis gingen stond de jonge Marineman aan de reling en glimlachte. Met een zorgelijke blik zwaaide hij ons uit. Een dienstbevel had zijn ‘Heimkehr ausgang’ tot nader order ingetrokken. Samen gingen we op pad, vader met moeder gearmd ,een plunjezak over de schouder en ik aan de hand van mijn moeder. Bobbie liep blaffend voor ons uit de bevrijding tegemoet!

 
Tijdlijn
  • 1940
  • 1943
  • 1944
  • 1945
  • 1946
  • 1930 - 1939
  • 1940 - 1949
  • 1950 - 1959
  • 1990 - 1999
  •