De trein stopt in Zwitserland en daar worden de mensen ondergebracht in zogenaamde hotel-kampen: leegstaande hotels die zijn ingericht voor overlevenden uit concentratiekampen. Vanuit Nederland ontvangen ze schone nieuwe kleding en een voorschot om in het eerste levensonderhoud te kunnen voorzien.
Er wordt precies bepaald welke kleding mannen en vrouwen ontvangen. Hoewel het zomer is als de kleding wordt verstrekt, krijgt iedereen ook alvast warme kleding voor de komende wintermaanden.
Rosa Spier komt terecht in een hotel in Chamby en viert daar een bevrijdingsfeest. In deze brief beschrijft ze wat ze meemaakt. Met het voedsel dat voorhanden is, wordt een heerlijke maaltijd bereid. Na de uitgebreide maaltijd maken de aanwezigen tot diep in de nacht muziek.
Uiteindelijk gaat Rosa Spier terug naar Nederland en pakt zij haar carrière als harpiste weer op. De harp die zij in de oorlog moet achterlaten in haar huis, is door een buurman in veiligheid gebracht.
Zoals alle mensen die een voorschot en kleding van de Nederlandse regering ontvangen, moet ook Rosa Spier dit terugbetalen na de bevrijding. Gevangenen uit Theresiënstadt komen in aanmerking om vrijstelling van terugbetaling te krijgen. Wel moeten zij hiervoor zelf in bezwaar gaan en uitgebreid hun verhaal vertellen om dispensatie te krijgen.



























































































