65 Jaar Bevrijding

Lettergrootte:    
Bevrijding september 1944
09-1944, Heerlen
Een prachtige nazomerdag in Heerlen, we zaten met mijn ouders zussen en broer aan tafel te eten. Plots een vreemd metaalachtig geluid, dat harder werd en aanhield. We keken elkaar zeer verbaasd aan.

Ik stond op en ging naar de hal waar ik door het raampje van gekleurd glas-in-lood naar buiten kon kijken, en ik geloofde mijn ogen niet. Er kwam een aantal zeer vreemd uitziende voertuigen door de straat, die zoals toen bleek het ratelende geluid maakten.

De Amerikanen waren Heerlen binnengereden met hun tanks en gingen vervolgens door onze straat, naar Aken bleek later.

Alle kinderen gingen de straat op om de soldaten verwelkomen. Ik ook. Iedereen was in een juichstemming. Alle mensen uit de straat waren buiten en juichten de soldaten toe.

Maar mijn ouders bleven binnen en dat vond ik toen al erg vreemd. ‘Waarom komen jullie niet naar buiten?’, vroegen wij ons af. Daar zou ik heel spoedig achter komen en wel op een dusdanige manier dat ik het mijn leven lang meedraag.

Mijn vader was architect en had net als zovele anderen geen werk. Een van de aannemers, die altijd voor hem had gewerkt, kwam op een dag naar hem toe en zei dat hij veel werk voor hem had. Dat klonk mijn vader uiteraard als muziek in de oren. We waren toen met vijf kinderen en mijn ouders; ik was net geboren. Voorwaarde was dat hij lid van ‘de partij’ moest worden, zoals het thuis altijd werd gezegd. En dat heeft hij gedaan.

Mijn jongere broer en ik zijn in 1997 naar Den Haag gegaan en hebben inzage gekregen in de stukken van mijn vaders oorlogsverleden. Daaruit bleek dat hij in 1942 tekende en om persoonlijke redenen dit lidmaatschap een jaar later weer heeft opgezegd.

Het gekke is dat ik het mijn vader nooit  kwalijk heb genomen: een gezin met vijf kinderen, geen brood op de plank. Wat zou ik zelf doen? Maar mijn opa zei tegen vader toen die het hem vertelde: ‘Doa kriese spjitz vah!’.
 
Toen kwam de periode dat ik naar de lagere school ging. Trots liep ik naar school met mijn boterhammetjes in een zakje, maar de eerste dag liep al uit op een drama. ‘Vuile NSB’er!’ scheldende kinderen om me heen die me duwden en aan mijn haren trokken. Ik begreep er niets van en vertelde mijn verhaal bij thuiskomst aan mijn ouders. Daar moest ik me maar niets van aantrekken, zeiden ze. Dat was niets. Ik kreeg geen uitleg, dus wist niet wat IK verkeerd had gedaan op school.

Mijn toenmalige juf T. deed er nog een schepje bovenop. Alle kinderen hadden een voornaam, maar ik was L.!!!!; ofwel mijn achternaam, zeer bits uitgesproken. Dag in dag uit ging het zo door, er kwam geen einde aan. Als ik ‘s morgens te horen kreeg dat er ‘s middags Vaderlandse Geschiedenis-les was, liep me het angstzweet over mijn lijf. Ik wilde onder geen voorwaarde naar school en wendde voor heeeeeeeel ziek te zijn.

Tijdens de geschiedenisles kreeg ik gemene blikken toegeworpen en ik voelde me zo ziek. Ik had een brok in mijn keel en een zware maag, dus vroeg ik of ik naar de WC mocht. Daar bleef ik dan lang op zitten.

Vóór de bevrijding was ik al bij de welpen (padvinderij) en had het er zeer naar mijn zin. Toen na de bevrijding zoals altijd de Nederlandse vlag werd gehesen, kwam de akela naar me toe en zei: ‘Ga jij maar naar huis, dit is niet voor jou!’.

Jaren is het zo doorgegaan, wel in mindere mate, maar het bleef. Ik heb er zo'n complex van overgehouden, dat is onbeschrijfelijk. Nu durf ik er nog met niemand over te praten en verdoezel het. Het NSB-complex is voor mij zo erg dat ik na de lagere school blij was dat ik ervanaf was en niet verder ben gaan leren, uit angst dat het hele verhaal weer opnieuw zou beginnen.

Door zelfstudie en heel veel cursussen/interesses en zeer veel lezen ben ik zeker goed terechtgekomen. Maar voor mij heeft de bevrijding maar heel kort geduurd. Erger nog: voor mij begon de meest afschuwelijke periode ooit! Jammer dat je niet kunt verwoorden wat je toen voelde en meemaakte. Onlangs kwam ik een oud-klasgenootje tegen, die zich mij meende te herinneren. Ik herinnerde me hem heel goed, maar ik deed alsof niet ik, maar mijn broer bij hem op school had gezeten. En dan te weten dat ik toen al 69 jaar was!

Jaren geleden had ik een zakelijk geschil met iemand. Toen deze geen gelijk kreeg zei hij: ‘Vuile NSB’er!’. Ik weet het nog goed; ik was omstreeks 50 jaar en ben daar dagen kapot van geweest.

 
Tijdlijn
  • 1940
  • 1943
  • 1944
  • 1945
  • 1946
  • 1930 - 1939
  • 1940 - 1949
  • 1950 - 1959
  • 1990 - 1999
  •