Mijn ouders en ik woonden tegenover Garage Van Maanen, een busbedrijf dat gebombardeerd was, waardoor ook bij ons de ramen waren gesneuveld en dichtgespijkerd. Er heerste een sombere, kille duisternis in huis. Toch was ik niet bang van de Canadese soldaten die zich bij ons in dat schemerlicht kwamen wassen met Lifebuoy lysolzeep, een geur die ik altijd zal blijven herkennen. Ook kreeg ik chocola van ze.
Maar voordat de Canadezen zich bij Garage Van Maanen hadden geïnstalleerd, moeten ze met hun tanks Harderwijk zijn binnengereden, en ook daar heb ik een herinnering aan. Ik zal als peutertje aan de hand van mijn vader op de rand van de stoep hebben gestaan toen ze met auto's en tanks vanaf de overweg bij de melkfabriek naar het centrum trokken. Omdat ik zo klein was, heb ik natuurlijk vooral gezien wat er op mijn ooghoogte gebeurde, en dat was het verschuiven van de straatstenen als de tracks van de tanks eroverheen gingen. Gefascineerd heb ik ernaar staan kijken.
En was er een grote opwinding, want opeens draaide een tank een opening tussen de huizen op de Stationslaan in en begon te schieten op Duitsers die met schepen nog probeerden over het IJsselmeer te ontkomen naar Amsterdam, ervan uitgaande dat de waterlinie zou worden ingezet.























































































