65 Jaar Bevrijding

Lettergrootte:    
Bevrijding in Groningen
13-04-1945, Groningen
Bij ons om de hoek in de St. Jansstraat woonden ‘Rijksduiters’. Vermoedelijk beiden in Nederland geboren, maar toch van Duitse afkomst. Zeer aardige begripvolle mensen. Hun zoon vocht aan het Oostfront. Ze hadden een nakomertje, vermoedelijk uit een tweede huwelijk. Een schattig meisje van drie jaar.

13 april 1945. De Canadezen hadden Assen al bevrijd en waren onderweg naar Groningen. Op verzoek van de Rijksduitse familie brachten mijn zus Tineke en ik (Joke) hun dochtertje naar Plan-Oost in de buurt van het oude slachthuis aan de Zaagmuldersweg. Daar aangekomen nam dat gezin het meisje over en raadde ons aan weer terug te gaan, want ‘de oorlog kwam’.

Op de terugweg hoorden wij het gerommel in de verte.  Thuisgekomen hebben we nog gegeten. De mannen (onze vader Camillo Marino Fiscalini en oudere broer Carlo en twee onderduikers) waren gespannen met elkaar aan het praten. We mochten van vader niet meer naar buiten.

Mijn vader had een terrazzo- en mozaïekbedrijf en we woonden boven de werkplaats. De mannen brachten matrassen, dekens en stoelen naar beneden. Achter in het pakhuis hadden ze met zand- en cementzakken een afscheiding gemaakt. Het gerommel werd steeds luider. Wij bleven de hele nacht beneden.

Het schieten was inmiddels zo hard dat de grond trilde en wij elkaar niet konden verstaan. Voor mijn gevoel werd de Martinitoren, zo’n 200 meter van ons huis, helemaal kapotgeschoten.

Tegen de ochtend werd aan de pakhuisdeur gerammeld. Twee oude Duitse soldaten vroegen of ze zich hier konden verstoppen. We waren met in totaal veertien personen dus dat was niet mogelijk.

Tegen het eind van de middag vertelde een Canadese militair mijn vader dat we moesten vertrekken, omdat we tussen de vuurlinie zaten, voor de Duitsers, achter de Canadezen.

De evacuatie begon. Bij het magazijn van Willems, een sportzaak en atelier gingen we naar binnen. Daar lagen ook dekens en matrassen. Tijdens dit kleine tochtje konden wij het Scholtenshuis en de Oostkant van de Grote Markt al zien branden.

Op een gegeven moment moesten wij bij Willems ook weg. Twee Canadese soldaten met een witte vlag voorop begeleidden de hele groep. We staken het Zuiderdiep over en kwamen daar in een pakhuis terecht, waar een paar oude vrachtwagens stonden. Daar zijn we de nacht en volgende morgen gebleven.

Inmiddels hingen dikke zwarte wolken boven het centrum van Groningen. Het schieten was minder geworden. Na enige tijd zijn de mannen teruggegaan. Later die dag hebben ze ons opgehaald. Eerst naar een stoffenmagazijn (zonder stoffen), waar we de rest van de dag verbleven. Inmiddels kwamen Canadezen met oude Duitse soldaten de straat in. Ze werden gefouilleerd en hun bezittingen werden afgenomen.

Tegenover onze verblijfplaats was een gangetje en daar werden Duitse opslagplaatsen geplunderd. De plunderaars kwamen met spullen naar buiten die wij al jaren niet meer hadden gezien: closetrollen, Sunlight zeep en bussen Vim.

Mijn vader en de mannen waren al teruggegaan om ons huis weer bewoonbaar te maken. Ramen aan de voorkant waren kapotgeschoten. Van de voorkamer was een barricade gemaakt van fauteuils. Ook lagen er nog geweren! Een mes stak in de deur en het toilet was erg vies.

Bij de Martinikerk onder de brandtrap lagen twee dode Duitsers. Ook op het Martininkerkhof. Bij de Sint-Jansbrug lagen twee Duitse soldaten die elkaar hand vasthielden. Het oude kinderziekenhuis was voor een deel verbrand.

Later zagen we de enorme schade op de Grote Markt. Het beruchte Scholtenshuis, huis van de Sicherheitsdienst, was totaal verbrand. Onze apotheek Sissingh, het wachterhuisje bij de toren, alles was verbrand. De Martinitoren stond er nog. Van de bevrijders kregen we wit brood en chocolade. Ik was veertien jaar.

 
Tijdlijn
  • 1943
  • 1944
  • 1945
  • 1946
  • 1947
  • 1930 - 1939
  • 1940 - 1949
  • 1950 - 1959
  • 1990 - 1999
  •