Terwijl ik thuis met poppen speelde, gingen mijn vier broers naar school. Mijn vader had een baan bij het Elektriciteitsbedrijf en mijn moeder, die als getrouwde vrouw niet als onderwijzeres voor de klas mocht staan, zorgde voor ons gezin en knoopte de spreekwoordelijke eindjes aan elkaar.
Alles was sober, maar ik wist niet beter. Er was wel een gespannen sfeer als de zware bommenwerpers overvlogen, waardoor de ramen (tegen breuk afgeplakt) en de schuifdeuren rammelden. Ik voelde ook onrust bij het gestamp van de zware laarzen door de straat. Maar zorgen en spanningen werden, weet ik nu, zoveel mogelijk bij mij weggehouden. Ik had speelgoed, door mijn ouders gemaakt of door ruiling verkregen. Mijn moeder toverde kleertjes voor mij van lapjes en wol. Ik kreeg altijd wel te eten voor zover ik me herinner. Maar toen we bloembollen als maaltijd kregen en een soort pap van erwtenpoeder (of was het melkpoeder?), waar je vervolgens erge buikpijn van kreeg, begon ik te merken dat dingen zo toch niet behoorden te zijn.
Dat drong zeker tot mij door toen mijn moeder flauwviel, toen ze naar de voedseldroppings stond te kijken aan het eind van de straat. Een schokkende gebeurtenis voor mij. En heel verwarrend bovendien, want iedereen leek toch vrolijker dan tevoren. Mijn broers kwamen ineens thuis met tabletten chocola. Zij hadden geholpen met het sorteren van de voedselpakketten, die gebracht waren naar een fabriek vlak bij ons huis. Ze hadden ook Zweeds witbrood meegekregen. Volkomen nieuwe, fantastische smaakervaringen in mijn toen vijfjarig bestaan!
En ineens hing de straat vol met vlaggen en iedereen was blij. Dit was toch wel een andere wereld. Een wereld die gevierd moest worden, zoals met het Bevrijdingsfeest voor de kinderen met straatspelletjes en een (verkleed-)optocht. Voor die optocht had mijn moeder een kanten rokje met een hoepeltje erin voor mij gemaakt en een prachtige hoed met opstaande rand. Haar waaiertje paste ook goed bij het beeld om mij als 'porseleinen popje' mee te laten doen aan de verkleedpartij. Het was een groot succes; ik won de eerste prijs. Mijn moeder dus eigenlijk. De prijs zelf was een absoluut hoogtepunt: een droom van een slagroomtaart! Feest! Die vrede, dat vond ik wel wat.



























































































